A A A A

Het geschikte moment

Een filosofische Belanghoudersbijeenkomst

 
20 februari 2018. Meer dan tweehonderd beleidmakers, bestuurders, bewoners, cliënten en andere belangstellenden uit de regio komen samen op het voormalige CHV-terrein in Veghel. Gastheren zijn BrabantWonen, BrabantZorg, GGZ Oost Brabant en Ons Welzijn. Zij organiseren hun gezamenlijke belanghoudersbijeenkomst rond het centrale thema sociale innovatie. Mooie, inspirerende voorbeelden passeren de revue, deze middag. Met als hoogtepunt een filosofisch inzicht: we hebben tijd genoeg. Er zijn zelfs twee soorten tijd!

Complexe regels en wetgeving, organisaties die langs elkaar heen werken, diensten die niet helpen en die we toch aanbieden… Het ontlokt bestuurder Adrie van Osch de verzuchting: we krijgen er jeuk van. Herkenbaar. Maar hoe komen we van die jeuk af? Hoe breng je jezelf en elkaar nu in een situatie waarin je het huidige systeem durft te ontmantelen en échte innovatie mogelijk maakt? 

Proeftuin Ruwaard

Gastheer Jord Neuteboom leidt het publiek eerst langs een aantal succesvolle sociale vernieuwingen in de regio en richt de schijnwerpers vervolgens op de Osse wijk Ruwaard. In Proeftuin Ruwaard bedenken wijkbewoners en organisaties samen oplossingen, waarin mensen meer voor zichzelf en voor elkaar kunnen gaan doen. Ze werken daarbij vanuit één wijkbudget. Die aanpak leidt tot opmerkelijke successen. Mensen die een jaar terug nog in een uitzichtloze situatie zaten, geven hun leven nu een dikke voldoende. En voor de rekenmeesters: de kosten van zorg en begeleiding voor die mensen gingen met duizenden euro’s naar beneden. We kunnen dus simpelweg concluderen dat het kan. Tegelijkertijd zien we dat het van alle partijen vraagt om écht dienstbaar te zijn. Dienstbaar aan de leefwereld van hun doelgroepen. 

De kracht van een ander gebruiken

Op het podium staat een keukentafel, waaraan een paar betrokken deelnemers en professionals van Proeftuin Ruwaard plaatsnemen. Al snel wordt duidelijk dat het grootste succes zit in de ogenschijnlijk kleine, eenvoudige oplossingen. En hoe de vragen ‘wat wil ik, wat kan ik en wat heb ik dan nog nodig?’ mensen en groepen mensen in beweging kunnen zetten. Anton Mulders, de drijvende kracht achter het succesvolle Huis in de wijk: “Ik wilde al jaren een plek in de wijk, waar mensen niet iets moeten, maar waar ze de tijd krijgen om erachter te komen wat ze willen. Het doen komt dan vanzelf. En mijn vraag was ook simpel: alleen een ruimte en koffie. De rest regelen we zelf wel. Via de Proeftuin stelde de gemeente een oude kleuterschool ter beschikking. Nu, een jaar later, barst het bij ons van de activiteiten. Werkplaats, buurttafels, EHBO-club, multicultureel sporten, muziek, kookclub, handvaardigheid... Alles kwam zomaar binnen wandelen.” En Peter Krop, de voorzitter van de wijkraad: “De Proeftuin heeft gebracht dat we samen op zoek gaan naar oplossingen en de kracht van een ander gebruiken, in plaats van elkaar vliegen afvangen.” 

"Alleen een ruimte en koffie, de rest regelen we zelf wel"

De bestuurders

Tot nu toe klinkt het als een abc’tje: bewoners en wijkprofessionals die samen bepalen en doen wat nodig is. En mensen die juist méér gaan doen, als ze minder moeten. Maar daarvoor moeten ze natuurlijk wél de vrijheid voelen. Wat is hierin de rol van de bestuurders van de organiserende partijen? Fred Pijls van GGZ Oost Brabant: “Twee jaar terug besloten we als steungroep te stoppen met overleggen en aan de slag te gaan. We toonden het lef om het al doende te gaan leren. Dat lef vragen we ook van alle andere betrokken partijen.” Harrie Windmüller van BrabantWonen sluit daarbij aan: “We liepen tegen wel duizend regels aan, die met elkaar conflicteren. Daarom zijn we het gewoon gaan doen. De systemen verander je niet, we hebben onszelf veranderd.” “Er komen enorme krachten vrij als je uitgaat van eigen verantwoordelijkheid van mensen, op alle fronten”, reageert Miriam van der Smissen van Ons Welzijn. “Dat vraagt van alle deelnemende organisaties erop te vertrouwen dat mensen altijd de goede dingen willen doen en dat ze die ook goed willen doen.” Adrie van Osch van BrabantZorg: “We spreken mensen al veel te lang aan op dat wat ze niet kunnen, dat wat niet gezond is. En dat doen we ook nog eens vanuit talloze deelsystemen, waar niemand de weg meer in weet. Daar krijgen we jeuk van. Daarom doen we nu wat we in de Ruwaard doen. Ondertussen zitten de systemen ons wel op de nek. We zitten in een spagaat tussen leef- en systeemwereld. Mijn vraag aan alle aanwezigen is dan ook: help ons en jezelf om uit die spagaat te raken.” 

"De systemen verander je niet, we hebben onszelf veranderd"

We kunnen het allemaal nog steeds volgen. Een ontmoetingsplek van en voor de buurt, individuele, vraaggerichte casuïstiek en een gezamenlijke financiering… Op het oog voor de hand liggende en makkelijke instrumenten. Ze worden echter gefrustreerd door de huidige wet- en regelgeving en door de systemen van de maatschappelijke organisaties zelf. Voor je het weet kruip je weer met zijn allen weg achter je systemen en protocollen. Om écht anders te werken moet je eerst anders denken. Maar hoe pak je dát nu aan? 

Chronos en Kairos

Anders denken, dat is zo ongeveer de roeping van filosofe en publicist Joke Hermsen. Als spreker van de middag neemt zij de aanwezigen bij de hand, op weg naar een nieuwe bevlogenheid. En naar een nieuw, of hernieuwd besef van tijd. 

Willen we iets in gang zetten of over een andere boeg gooien, aldus Hermsen, dan moeten we ook wat met de tijd. Wat langer stilstaan bij het fenomeen tijd. Is die tijd nog wel van ons, of is het een kracht buiten ons, die ons opjaagt? De moderne samenleving is een oude les vergeten: de tijd heeft twee gezichten. Wij erkennen alleen nog Chronos, ‘vadertje Tijd’. De onverbiddelijk wegtikkende tijd die ons beperkt. Maar Chronos heeft een tegenhanger en dat is Kairos, zijn jonge, gevleugelde kleinzoon. Kairos spoort ons aan verder te reiken, het momentum te grijpen om de dingen net iets beter en anders te doen. Hij wordt daarom ook wel ‘de god van het juiste moment’ genoemd. De voorwaarde om in de ‘Kairotische tijd’ te kunnen leven is allereerst: rust nemen. Pas op de plaats. We moeten daarbij niet vergeten hoezeer we Chronos, sinds we arbeid in uren zijn gaan verdisconteren, afmeten aan geld. Tijd is geld. Er is moed voor nodig je daaraan te onttrekken, om te veranderen.

Scholè

Om die moed te vinden, moet je dicht bij jezelf kunnen blijven. Niet voortdurend geleefd worden. Niet steeds met schaarste van mogelijkheden worden geconfronteerd. De Grieken hadden ook daar een woord voor: scholè – waar ons woord school vandaan komt. Het betekent opvallend genoeg ‘nietsdoen’. Geen doelen buiten jezelf nastreven. Dagdromen. Heel belangrijk. Vanuit nietsdoen kun je iets voor elkaar krijgen. Maar we hebben nog meer nodig. Aandacht. Focus die we nodig hebben om het juiste moment te herkennen.

Natuurlijk is er geen Kairos zonder Chronos. We moeten een balans vinden tussen beide tijden. Het lijkt er veel op, dat in onze tijd die balans is doorgeslagen naar Chronos. We worden beheerst door het gevoel geen tijd te hebben. En zo komen we aan de minst grijpbare, maar tegelijkertijd meest waardevolle boodschap van het verhaal. Het gaat om de juiste balans tussen hebben en zijn. Waar Chronos het ‘hebben’ symboliseert, staat Kairos voor het ‘zijn’. Het jezelf zijn, het met de ander zijn, het weten wie je bent. Zo is het verhaal van Hermsen weer terug bij scholè. Bij nietsdoen. We zijn het aan onszelf en elkaar verplicht die rust belangrijk te maken. 

En ineens zijn we ook weer in de Ruwaard, in de oude kleuterschool. Bij de droom van Anton, die een plek creëerde waar mensen niet iets moeten, maar waar ze de tijd krijgen om erachter te komen wat ze willen. Kairos in Oss!

Beginselen

Naast de drie vragen van voor de pauze - wat wil ik, wat kan ik en wat heb ik nodig? – oppert Hermsen tot slot een vierde: waarop mag ik hopen? Wij mensen zijn de enige levende wezens met het unieke talent te hopen. Iets te verwachten van morgen. Daarmee is tijd ook hoop. 

‘Wat mogen we hopen?’ Die vraag is een belangrijke, omdat wij, als we dat willen, het roer om kunnen gooien. We kunnen elke dag een nieuw begin maken. Een krachtige voorwaarde voor verandering heet dan ook niet voor niets een ‘beginsel’. 

En zo eindigt Hermsen haar betoog met een verzoek: ga met elkaar in gesprek over een beginsel, een principe dat je met elkaar deelt en waar je de verandering op kunt bouwen. Want als je een beginsel met een grote massa mensen deelt, kun je samen het tij keren. De tijd heeft ons dat geleerd.